De benadering van de astrologie, zoals wij die toepassen in de praktijk van het MCNA, komt door onze fascinatie voor de mens in relatie met de kosmos.
In ons stoffelijk bewustzijn bewegen wij ons in de tijd lineair van geboorte tot dood. Dat geldt met name voor onze leeftijd en lichaam. Tijd is lineair, als het materiële voorwerpen betreft, maar voor levende systemen wordt het als cyclisch ervaren. Al onze tijdindicatoren zijn cyclisch: sommige behoren tot lange cycli, terwijl andere tot veel kortere cycli behoren.
De bekendste zijn de dagcyclus en de seizoenencyclus. Daarin is tijd niet gebaseerd op een lineair concept en in deze kwaliteit bezoekt het ons niet één keer, zoals een eindige draad zich uitstrekt in de verte. Eerder is het gecreëerd als een cirkel, in een boog met een herinnering, die ons steeds weer bezoekt.
Je krijgt dus echt elke keer weer een kans en soms een tweede, derde of vierde. Tijd voor levende wezens is cycli in cycli. De astroloog ziet het leven van een persoon zich ontvouwen in zich herhalende cycli, allen een beetje verschiHend, maar allen hebben een gelijksoortig aanzien en velen ervan duren langer dan een jaar. Astrologen maken gebruik van vele cycli, in het algemeen gerelateerd aan een planeetcyclus verbonden met een andere cyclus.
Zo kan een gebeurtenis of patroon, dat plaatsvindt op één punt in de cyclus in essentie weer naar buiten komen een volgende keer, als hetzelfde punt wordt gepasseerd, het maandelijks ritme van de maanfasen, de cycli van de buitenplaneten of de synodische cycli van twee planeten, die soms honderden jaren kan bestrijken, alle cycli ontvouwen zich volgens dezelfde sleutel. De astroloog kijkt dus eerst naar een periode in de tijd, waarin zich een bepaalde configuratie van planeten voordoet, kijkt dan wanneer zich in het verleden dezelfde situatie voordeed en krijgt zo inzicht in de aard ervan. Uiteindelijk kan je dan nog verder vooruitkijken, wanneer zich een volgende mogelijkheid voordoet.
Deze patronen zijn onsterfelijk, het is een oneindige reeks van cycli. In de praktijk komt het erop neer, dat je kunt werken met bv. Historische horoscopen, zoals van een land, een veldslag of van een allang overleden individu.
Maar vanzelfsprekend ook met de persoonlijke geboortehoroscoop, i.v.m met aanleg, ontwikkeling, ziekte, gezondheid, relatie, karma en levens bestemming. Astrologen beschouwen de biologische dood niet als het einde van een patroon. Er zijn in dit opzicht geen beperkingen. Praktisch gezien zijn daarom alle horoscooppatronen onsterfelijk. Ze zijn ontvangststations van variërende patronen, die over worden gedragen van generatie op generatie, zoals mythen in de cultuur, door literatuur en
verhalen.